Lid 1
De medewerker dient zich allereerst tot zijn leidinggevende te wenden met zijn klacht. De leidinggevende zal als bemiddelaar optreden tussen aanklager en aangeklaagde.
Lid 2
Heeft de medewerker reden zich niet tot zijn leidinggevende te wenden, of slaagt de bemiddelingspoging van de leidinggevende niet, dan kan hij zich wenden tot de vertrouwenspersoon.
Lid 3
De vertrouwenspersoon handelt de klacht af, tenzij de vertrouwenspersoon het noodzakelijk acht dat de klachtencommissie een advies uitbrengt.
Lid 4
In afwijking van lid 3 heeft iedere medewerker het recht zich (eventueel ondersteund door de vertrouwenspersoon) met een klacht tot de klachtencommissie te wenden.
Lid 5
Een klacht wordt schriftelijk en ondertekend door de aanklager bij de commissie ingediend en bevat tenminste de naam en het adres van de aanklager, de dagtekening, een omschrijving van de gedraging waartegen de klacht is gericht en de naam of namen van de aangeklaagde(n).
Lid 6
De klachtencommissie stuurt een ontvangstbevestiging naar de aanklager.
Lid 7
Een kopie van de klacht wordt ter kennisname aan de vertrouwenspersoon en de aangeklaagde toegezonden.
Lid 8
Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen, maar kunnen ondersteuning bieden aan (een) andere niet-anonieme klacht(en).
Lid 9
Een klacht wordt niet in behandeling genomen indien meer dan 3 jaar zijn verstreken sinds het feit zich heeft voorgedaan. Deze termijn geldt niet, indien het een voorval betreft dat mogelijk tevens een strafbaar feit inhoudt.
Lid 10
De aanklager kan zich bij het indienen van de klacht en wanneer hij gehoord wordt, laten bijstaan door een vertrouwenspersoon of door een zelfgekozen raadsvrouw of -man. Het laatste geldt ook voor de aangeklaagde.
Artikel 2
Het indienen van een klacht
Onderdeel van Regeling klachtenbehandeling ongewenst gedrag op het werk gemeente Hulst 2006