Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Afdeling 3.

Artikel 4:11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2009

1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: a. houtopstanden te vellen of te doen vellen binnen een door het college van burgemeester en wethoudersaangewezen gebied ('Groene Kaart'), tenzij in het ‘Bomenbeleid’ is bepaald dat geen vergunning benodigd is voor het vellen; b. houtopstanden te vellen of te doen vellen die zijn opgenomen op een door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde lijst ('Bomenlijst'). c. houtopstanden te vellen of te doen vellen, voor zover het gemeentelijke bomen betreft. d. houtopstanden te vellen of te doen vellen, voor zover de bomen buiten de bebouwde kom zijn gelegen en particulier eigendom zijn, niet zijnde gemeentelijke bomen. ·. 2. Zolang het college van burgemeester en wethouders geen gebied heeft aangewezen of lijst heeft vastgesteld, is het verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen. ·. 3. Het in het eerste en tweede lid genoemde verbod geldt niet voor: a. wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouw gronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen; b. vruchtbomen en windschermen om boomgaarden, tenzij het gaat om hoogstamvruchtbomen; c. fijnsparren en andere coniferen, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen; d. kweekgoed; e. het periodiek knotten of kandelaberen van knotbomen en leibomen als cultuurmaatregelen; f. houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: - ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are; - ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen; g. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last van het bevoegd gezag; h. het periodiek vellen van houtopstand op natuurterreinen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; i. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud. ·. 4. De vergunning, als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan worden geweigerd op grond van: a. de natuurwaarde van de houtopstand; b. de landschappelijke waarde van de houtopstand; c. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; d. de beeldbepalende waarde van de houtopstand; e. de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; f. de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. ·. 5. De vergunning wordt verleend onder de standaardvoorwaarde dat deze vervalt als hier geen gebruik van is gemaakt binnen een jaar nadat dit feitelijk is toegestaan. Ingeval van bijzondere omstandigheden kan hiervoor in de vergunning een langere termijn worden opgenomen. ·. 6. Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te stellen voorschriften. ·. 7. Indien het bevoegd gezag overeenkomstig het vorige lid een herplantplicht oplegt maar uitvoering hiervan in ruimtelijke zin niet tot de mogelijkheden behoort, kan het bevoegd gezag aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de vergunningaanvrager een vergoeding verschuldigd is. Het bevoegd gezag stelt nadere regels vast omtrent de wijze waarop de hoogte van de vergoeding gebaseerd op boomwaarde, wordt bepaald. ·. 8. Ingeval een houtopstand in strijd met het verbod van dit artikel is geveld, kan het bevoegd gezag, onverminderd zijn bevoegdheid tot het opleggen van een bestuursrechtelijke sanctie, de zakelijk gerechtigde op de grond of degene die uit andere hoofde bevoegd is voorzieningen te treffen, de verplichting opleggen een vergoeding te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel