**·.** 1. Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
a. langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen op
de weg te plaatsen of te hebben;
b. op een door het college aangewezen plaats te
parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor
het uiterlijk aanzien van de gemeente.
**·.** 2. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het
eerste lid, aanhef en onder a.
**·.** 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
situaties waarin wordt voorzien door de Wegenverordening
Provincie Utrecht 2004 of de Verordening bescherming natuur en
landschap provincie Utrecht 1996.
**·.** 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
beslissen) niet van toepassing.
Hoofdstuk 5. › Afdeling 1.
Artikel 5:6
Kampeermiddelen e.a.
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening De Bilt 2009