Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Ligplaatsvergunning.

Onderdeel van Woonschepenverordening 2009

1. Een ligplaatsvergunning wordt aangevraagd op een door Burgemeester en Wethouders vastgesteld formulier. 2. Het college beslist over een aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen dertien weken na de dag, waarop het aanvraagformulier is ontvangen. 3. Een ligplaatsvergunning kan worden geweigerd indien: voor de ligplaats al vergunning is verleend; de aanvrager niet beschikt over een woonschip; het woonschip met voorzieningen langer, breder, hoger of dieper is dan aangegeven op het bij deze verordening behorende ligplaatsenplan en/of de bijbehorende of extra voorzieningen in strijd zijn met de door Burgemeester en Wethouders daarvoor vastgestelde voorschriften; het woonschip met eventuele voorzieningen belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water of te land of voor het beheer van de oever; het uiterlijk van het woonschip met eventuele voorzieningen naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente of het landschap verstoort; het woonschip niet voldoet aan de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde eisen van veiligheid en gezondheid; het aannemelijk is dat het woonschip zal worden gebruikt voor een ander doel dan als hoofdverblijf van één of meer personen; het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 26 weken na het verlenen van de vergunning met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is verleend, kan innemen; de onderlinge afstand tussen de naar elkaar gekeerde buitenwanden van de opbouwen van naast elkaar gelegen woonschepen minder dan 5 meter bedraagt; de onderlinge afstand tussen de woonschepen met de bijbehorende en/of extra voorzieningen minder dan 2 meter bedraagt; het maximale aantal ligplaatsen, zoals aangegeven op het desbetreffende onderdeel van het ligplaatsenplan, wordt overschreden. 4. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de aanvrager. De ligplaatsvergunning vermeldt de naam van de aanvrager, de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende en/of extra voorzieningen en de kenmerken van het woonschip. 5. Burgemeester en Wethouders kunnen voorschriften verbinden aan een ligplaatsvergunning ter bescherming van de belangen, die deze verordening beoogt te dienen.

Rechtspraak bij dit artikel