Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Intrekking ligplaatsvergunning.

Onderdeel van Woonschepenverordening 2009

Burgemeester en Wethouders kunnen de ligplaatsvergunning intrekken indien: de ligplaatsvergunning ten gevolge van onjuiste opgave of informatie is verleend; de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente of het landschap verstoort; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet meer voldoet aan de door Burgemeester en Wethouders vastgestelde eisen van veiligheid en gezondheid; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder toestemming van Burgemeester en Wethouders gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft; op de ligplaats voorzieningen aanwezig zijn die niet zijn vermeld op de ligplaats vergunning, danwel niet ingevolge artikel 8 lid 3 aan Burgemeester en Wethouders zijn gemeld; het woonschip wordt gebruikt voor een ander doel dan als hoofdverblijf van één of meer personen; op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning, de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist, intrekking of wijziging wordt gevorderd; de vergunninghouder hierom verzoekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel