**1..** Indien de alleenstaande of alleenstaand ouders, zoals bedoeld in artikel 3, hogere algemene noodzakelijke kosten van bestaan heeft dan waarin de inkomens-voorziening voorziet, als gevolg van het niet geheel niet of geheel niet kunnen delen van de kosten van het bestaan, wordt de van toepassing zijnde inkomensvoorziening verhoogd met een toeslag.
**2..** De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor de alleenstaande jongere van 23 jaar en ouder en de alleenstaand ouder met zijn kinderen, in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 30, tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag, zijnde 20% van de gehuwdennorm.
Artikel 4.
Criteria voor het verhogen van de norm; alleenstaanden en alleenstaand ouders.
Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren