Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Gezamenlijk hoofdverblijf.

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

1.. De norm voor gehuwden, zijnde de hoofdbewoners van de door hen bewoonde woning, in wier woning tevens een alleenstaande zijn hoofdverblijf heeft, niet zijnde een kind van de hoofdbewoners, of in wier woning een gezin haar hoofdverblijf heeft, wordt verlaagd met een bedrag gelijk aan 10% van de gehuwdennorm. 2.. De norm voor gehuwden, zijnde de hoofdbewoners van de door hen bewoonde woning, in wier woning twee andere alleenstaanden dan wel gezinnen hun hoofdverblijf hebben, niet zijnde een of meerdere kinderen van de hoofdbewoners, wordt verlaagd met een bedrag gelijk aan 20% van de gehuwdennorm. 3.. De norm voor gehuwden, zijnde de hoofdbewoners van de door hen bewoonde woning, in wier woning uitsluitend een of meerdere zorgbehoevende(-n) hun hoofdverblijf heeft (hebben), wordt niet verlaagd. 4.. De norm voor gehuwden, zijnde de hoofdbewoners van de door hen bewoonde woning, van wie een van de partners of beide partners zorgbehoevend is/zijn en in wier woning een ander persoon of gezin woonachtig is, wordt niet verlaagd. 5.. De norm voor gehuwden, die hun hoofdverblijf hebben in de woning van een andere alleenstaande of gezin, zijnde de hoofdbewoner(-s) van de door hem bewoonde woning maar niet zijnde (een der) (stief-)ouder(-s), wordt niet verlaagd. 6.. De norm van de gehuwden, die het hoofdverblijf hebben in de woning van de (een der) (stief-)ouder(-s) van de gehuwden, wordt verlaagd met een bedrag gelijk aan 10% van de gehuwdennorm. 7.. De norm voor gehuwden, in wier woning een of meerdere (stief)kinderen van 21 jaar of ouder hun hoofdverblijf hebben, wordt ongeacht het inkomen van het kind, de inkomensvoorziening verlaagd met een bedrag gelijk aan 5% van de gehuwdennorm, tenzij dit kind (deze kinderen) uitsluitend een toelage hebben op grond van de Wet Studiefinanciering of de Wet Tegemoetkoming Onderwijsbijdrage en Schoolkosten, of tenzij het kind(-eren) zorgbehoevend is (zijn) en het zonder de zorg van de (stief)ouders zou moeten worden opgenomen in een instelling ter verpleging of verzorging, in welk geval de inkomensvoorziening niet wordt verlaagd.

Rechtspraak bij dit artikel