Naar hoofdinhoud
1.. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het lopende boekjaar. 2.. De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende tijdstippen: a) de viermaands rapportage (Voorjaarsnota) vóór 15 mei van het lopende begrotingsjaar; b) de achtmaands rapportage (Najaarsnota) vóór 15 oktober van het lopende begrotingsjaar; 3.. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 4.. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten (input), de geleverde goederen en diensten (output) en indien daar aanleiding voor is de maatschappelijke effecten (outcome). In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van: a) inkomsten uit de algemene uitkering; b) de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt; c) resultaten uit grondexploitatie; d) realisatie op begrote subsidieverwachtingen; e) het verloop van de (overige) paragrafen, zoals opgenomen in de programmabegroting. 5.. 5.Indien verplichtingen niet zijn voorzien in de begroting informeert het college in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen inzake: a) investeringen groter dan € 25.000,--; b) aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan € 25.000,--; c) het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 5.000,--. 6.. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 7.500.

Rechtspraak bij dit artikel