**1..** De ‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 1999’ van 7 december 1998 laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 29 oktober 1999, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
**2..** Indien het wetsvoorstel tot wijziging van de Gemeentewet met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen, kamerstukken 27246, niet met ingang van 1 januari 2001 in werking treedt, wordt artikel 5 vervangen door: Het tarief van de belasting is voor elke volle ƒ 5.000,-- van de heffingsmaatstaf echter met een maximale tariefdifferentiatie van 120% voor de onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen:
bij de gebruikersbelasting:
zaken die in hoofdzaak tot woning dienen ƒ 4,98 (2,26 euro)
voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen ƒ 5,97 (2,71 euro).
bij de eigenarenbelasting:
voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen ƒ 6,22 (2,82 euro);
voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen ƒ 7,46 (3,39 euro).
**3..** Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.
**4..** De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2001.
**5..** Deze verordening wordt aangehaald als
‘Verordening onroerende-zaakbelastingen 2001’.
Artikel 11
Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
Onderdeel van DE VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERINGVAN ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN 2001