Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Schuldsituaties

Onderdeel van Beleidsregels Schuldhulpverlening ISD de Kempen

Ongeacht het inkomen, ontstaan (problematische) schulden meestal t.g.v. diverse persoonlijke omstandigheden zoals overkreditering, inkomensterugval, verstandelijke beperkingen, psychosociale problemen en verslavingproblematiek. Bij schuldsituaties kan gedacht worden aan de volgende vormen van hulpverlening: Schuldregeling in het minnelijke traject: Met behulp van de ISD, maatschappelijk werk Dommelregio of de unit Schulddienstverlening tracht cliënt zijn schulden “in den minne” te regelen. Uitgangspunt hierbij is dat een cliënt in beginsel is gehouden zijn schulden terug te betalen. Echter bij een veelheid aan verplichtingen en de daarmee vaak te hoge aflossingen die hiermee gepaard gaan, is dit niet meer haalbaar. Schuldregeling is het proces waarin er voor de cliënt getracht wordt een schuldsanering of schuldbemiddeling tot stand te brengen. Schuldbemiddeling Via financieel beheer reserveert de schuldenaar alle inkomsten boven het vrij te laten bedrag (hierna te noemen VTLB). Hij behoudt zijn oorspronkelijke schuldeisers en er zijn afspraken gemaakt met deze schuldeisers over de aflossingen in 36 maanden. De verdeling van het bedrag dat de schuldenaar heeft opgebouwd, gebeurt 'pondsgewijs'. Dat betekent dat de schuldeisers in verhouding hetzelfde aflossingsbedrag krijgt aangeboden. Er wordt wel een verschil gemaakt tussen preferente en concurrente schuldeisers. Schuldsanering Bij schuldsanering worden alle schulden ineens afgelost (al dan niet tegen finale kwijting) door het verstrekken van een saneringskrediet, waarna de cliënt slechts één schuldeiser (in dit geval de unit Schulddienstverlening) overhoudt.De schuldenaar moet het saneringskrediet in principe in 36 maanden aflossen. N.b.: Schuldregeling kan ook plaats vinden in het wettelijke traject (WSNP). Zie hiervoor hoofdstuk 4.2. Crisisinterventie Hiervan is sprake indien bepaalde primaire voorzieningen om te kunnen leven, (dreigen te) worden beëindigd. Deze beëindiging is meestal het gevolg van het stoppen van periodieke betalingen en het niet of in onvoldoende mate gevolg geven aan aanmaningen. Het gaat hierbij om de volgende kosten: - Huur - Energievoorzieningen (gas, elektriciteit, water) - Zorgverzekering Acute hulpverlening via het maken van rechtstreekse betalingsafspraken of het incidenteel inzetten van bijzondere bijstand moet er toe leiden dat stopzetting van die voorzieningen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Individuele budgetbegeleiding of begeleiding dmv groepswerk (cursus “Omgaan met geld”) Met het alleen oplossen van schulden ben je er vaak nog niet. Er dient ook gekeken te worden naar het ontstaan van schulden of financiële problemen. Budgetbegeleiding of een cursus “Omgaan met geld” kunnen hierbij uitkomst bieden. In bepaalde situaties is het noodzakelijk dat cliënt eerst deze hulpverlening doorloopt voordat kan worden gestart met een eventuele schuldregeling. Deze vorm van hulpverlening kan ook preventief worden ingezet. Budgetbeheer Wanneer een cliënt (tijdelijk) niet in staat is zijn financiën te beheren kan dit worden overgenomen door budgetbeheer. Er wordt voor cliënt een budgetbeheerrekening geopend bij de unit Schulddienstverlening. Het inkomen van cliënt wordt op deze rekening overgemaakt, waarna (afhankelijk van het budgetplan) diverse doorbetalingen worden gedaan. Hierbij valt te denken aan doorbetaling van de vaste lasten, maar ook het reserveren voor bepaalde kosten. Budgetbeheer kan ook als voorwaarde gelden voordat wordt overgegaan tot een eventuele schuldregeling. Ook kan deze vorm van hulpverlening preventief worden ingezet. Zoals eerder is genoemd is het uitgangspunt bij budgetbeheer dat het gaat om het tijdelijke karakter. Cliënt moet op termijn weer zelfstandig zijn financiën kunnen beheren. Wanneer de inschatting wordt gemaakt, dat cliënt deze vaardigheden niet te leren valt, is budgetbeheer niet het juiste hulpverleningsmiddel. In dit soort situaties dient te worden gedacht aan beschermingsbewind. Zie hiervoor hoofdstuk 5.4.

Rechtspraak bij dit artikel