Een GPK die zijn geldigheid heeft verloren moet zo spoedig mogelijk worden ingeleverd door de kaarthouder bij het gezag dat de kaart heeft verstrekt. Indien de kaarthouder is overleden, geldt deze verplichting voor degene die de GPK onder zich heeft (artikel 55 BABW). Het niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van de ongeldige GPK door de kaarthouder (of degene die de kaart onder zich houdt) is een strafbaar feit (artikel 59 BABW).
Bij het niet zo spoedig mogelijk op de juiste wijze inleveren van de ongeldige GPK wordt eerst schriftelijk een verzoek aan de kaarthouder of betreffende persoon die de GPK onder zich houdt gedaan om deze binnen twee weken in te leveren bij de gemeente. Indien geen gevolg wordt gegeven aan dit verzoek wordt schriftelijk nog een laatste kans gegeven waarbij gewezen wordt op de consequenties: proces-verbaal en inbeslagname door politie. Wanneer aan het tweede verzoek geen gevolg wordt gegeven, wordt door de politie een proces-verbaal opgemaakt en wordt de GPK in beslag genomen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.13
Inleveren van de gehandicaptenparkeerkaart
Onderdeel van Beleidsregels Gehandicaptenparkeerkaarten & Gehandicaptenparkeerplaatsen 2009