Ten behoeve van het al dan niet collectief vervoer van gehandicapten die in instellingen verblijven als bedoeld in artikel 8 AWBZ kan een GPK verstrekt worden aan instellingen. Dergelijke instellingen hebben vaak de beschikking over een of meer voertuigen waarmee bewoners worden vervoerd. Met een GPK voor instellingen is het niet meer noodzakelijk om voor iedere bewoner afzonderlijk een GPK aan te vragen (artikel 49, tweede lid BABW). Aangezien de bewoners van dergelijke instellingen over het algemeen voldoen aan de gestelde criteria, kan deze kaart zonder tussenkomst van een keurende instantie worden afgegeven. Op de GPK dient met een hoofdletter I te worden aangegeven dat het een kaart voor een instelling betreft. Aan het aantal kaarten per instelling kan een limiet worden gesteld op basis van het aantal bewoners en het aantal beschikbare voertuigen.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Voorwaarden gehandicaptenparkeerkaart voor instellingen (I)
Onderdeel van Beleidsregels Gehandicaptenparkeerkaarten & Gehandicaptenparkeerplaatsen 2009