Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 4

Benoeming en zittingsduur

Onderdeel van Verordening cliëntenparticipatie

1.. De leden en de plaatsvervangende leden van de cliëntenraad worden benoemd door het college. 2.. De cliëntenraad draagt uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter voor. 3.. Het besluit tot voordracht van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter geschiedt bij meerderheid van stemmen. 4.. De secretaris en de plaatsvervangend secretaris worden door het college aangewezen. De secretaris is geen lid van de cliëntenraad. 5.. De zittingsduur van de leden is, behoudens tussentijds aftreden, gelijk aan die van de leden van de gemeenteraad. 6.. De leden zijn terstond herbenoembaar voor maximaal nog één periode aansluitend op de eerste periode. Zij blijven hun functie waarnemen, totdat een nieuwe benoeming heeft plaatsgevonden. 7.. Eindigt het lidmaatschap van een belangenorganisatie, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4 van deze verordening waaraan een lid van de cliëntenraad zijn/haar benoeming ontleent, dan houdt hij/zij terstond op lid van de cliëntenraad te zijn. 8.. Als leden geen uitkering meer ontvangen van de afdeling Sociale Zaken, dan eindigt het lidmaatschap uiterlijk zes maanden nadat de uitkering is beëindigd. 9.. De benoeming ter voorziening in tussentijds open gevallen plaatsen geschiedt binnen 3 maanden na het ontstaan van de vacature. 10.. Cliënten van de afdeling Sociale Zaken die deel uitmaken van de cliëntenraad kunnen op grond daarvan geen ontheffing krijgen van de wettelijke voorwaarden die aan het ontvangen van een uitkering verbonden zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel