**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 48 van de Woonwagenwet, kunnen burgemeester en wethouders de bewoner, die één of meerdere bepalingen van deze verordening niet heeft nageleefd, met zijn woonwagen van het centrum doen verwijderen en het verblijf daarop met een woonwagen, gedurende een periode van ten hoogste een jaar ontzeggen.
**2..** Een besluit als bedoeld in het vorige lid, is met redenen omkleed en wordt niet ten uitvoer gebracht dan nadat de bewoner is gewaarschuwd door voorlezing en uitreiking van dat besluit.
**3..** Aan degene die een waarschuwing als bedoeld in lid 2 heeft ontvangen, wordt gedurende één maand na die gedane waarschuwing de gelegenheid gegeven om alsnog de bepalingen van deze verordening in acht te nemen.
**4..** De bewoner kan binnen een maand, na de dat waarop hem dit besluit is uitgereikt tegen een maatregel, als bedoeld in het eerste lid, schriftelijk beroep instellen bij de Commissaris der Koningin in de provincie Zuid-Holland.
**5..** De mogelijkheid van beroep, alsmede het feit, dat het beroep geen schorsende werking heeft, wordt bij de uitreiking, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel, aan de bewoner medegedeeld.