1.In deze verordening wordt verstaan onder:
a.de wet:
de Wet werk en bijstand;
b. het college:
het college van burgemeester en wethouders;
c. arbeidsinschakeling:
het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, waarbij geen gebruikwordt
gemaakt van een voorziening als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder avan de
wet;
d. sociale activering:
het verrichten van onbeloonde activiteiten gericht op arbeidsinschakelingof,
als arbeidsinschakeling nog niet mogelijk is, opzelfstandigemaatschappelijke
participatie;
e. trajectplan:
een plan, gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in
het arbeidsproces of deelname aan sociale activiteiten van
belanghebbende. Het is toegesneden op de persoonlijke omstandigheden en
behelst: klantgegevens, klantprofiel, zoekprofiel, doel van het traject, in
te
schakelen organisaties en afspraken over ontwikkeltijd, begeleidingstijd
en voortgangsrapportage;
f. dienstbetrekking:
een arbeidsovereenkomst ingevolge het Burgerlijk Wetboek of een aanstelling
door of vanwege de overheid;
g. werknemer:
de persoon die in een dienstbetrekking werkzaam is; h. werkgever: de persoon
tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat.