**1..** Artikel 15 van de Wet geeft voorwaarden voor het aangaan van een lidmaatschap.
**2..** Bij publiek-private samenwerkingsrelaties voorkomt het (burger) raadslid (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen.
**3..** Een oud- (burger)raadslid wordt, het eerste jaar na de beëindiging van het lidmaatschap, uitgesloten van verrichten van werkzaamheden voor de gemeente.
**4..** Een raadslid die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht.
**5..** Een (burger) raadslid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden.