Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1

Artikel 3

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument

Onderdeel van Erfgoedverordening Leiderdorp 2008

1. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, na toetsing aan de selectiecriteria, besluiten een onroerende zaak of terrein aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2. De aanvraag dient minimaal te voldoen aan de volgende eisen: adresgegevens, kadastrale gegevens en eigenaargegevens van een aan te wijzen onroerende zaak of terrein. 3. Een besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument dient gebaseerd te zijn op een redengevende omschrijving. De selectiecriteria zijn: de cultuurhistorische en wetenschappelijke waarde, de architectuurhistorische en esthetische waarde, de ensemble waarde, de gaafheid, de herkenbaarheid en de zeldzaamheid. 4. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan men hier van afwijken. 5. Het college kan bij de aanwijzing van een onroerende zaak of terrein als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat nader bouwhistorisch of archeologisch onderzoek wordt verricht. 6. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of dat is aangewezen op grond van de monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland.

Rechtspraak bij dit artikel