Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf l.

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Monumentenverordening

1.. Het college kan, al dan niet op verzoek van belanghebbenden, besluiten onroerende monumenten als beschermd gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. 2.. Ten behoeve van de eerste vaststelling van de gemeentelijke monumentenlijst besluiten burgemeester en wethouders over plaatsing van onroerende monumenten op genoemde lijst nadat de eigenaar is gehoord. 3.. Bij wijziging of uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst.besluiten burgemeester en wethouders over plaatsing op genoemde lijst, nadat de monumentencommissie en de eigenaar zijn gehoord. In spoedeisende gevallen besluiten burgemeester en wethouders over plaatsing op genoemde lijst, indien nodig zonder tevoren de monumentencommissie of de eigenaar te horen. 4.. Burgemeester en wethouders nemen met betrekking tot kerkelijke monumenten geen beslissing tot plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst dan na overleg met de eigenaar. 5.. Burgemeester en wethouders nemen binnen 8 weken nadat de monumentencommissie is gehoord, een beslissing als bedoeld in het derde lid. Zo spoedig mogelijk wordt de beslissing bekend gemaakt aan degenen die als eigenaren en anderszins zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. 6.. Burgemeester en wethouders maken de plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend. 7.. De gemeentelijke monumentenlijst geeft de plaatselijke aanduiding aan, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het monument. 8.. Burgemeester en wethouders kunnen ambtshalve of op verzoek van de belanghebbenden in de gemeentelijke monumentenlijst wijzigingen aanbrengen. Indien de wijziging naar het oordeel van burgemeester en wethouders van ondergeschikte betekenis is of indien de wijziging betreft het doorhalen van de inschrijving van een monument dat is.teniet gegaan, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, leden 2 en 3, achterwege. 9.. Monumenten die zijn ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet of die zijn geplaatst op een lijst van monumenten, op grond van een monumentenverordening van de provincie Zuid-Holland, worden door burgemeester en wethouders niet op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst. 10.. Monumenten, die na plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst worden ingeschreven in het monumentenregister als bedoeld in artikel 6 van de Monumentenwet, worden geacht niet meer op de gemeentelijke monumentenlijst te zijn geplaatst.

Rechtspraak bij dit artikel