Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Maatstaf van heffing en belastingtarief

Onderdeel van Verordening begraafplaatsrechten 2009

Voor de maatstaf van heffing en de belastingtarieven is verwezen naar de tarieventabel. De reden waarom voor een tarieventabel is gekozen is gelegen in het feit dat het eenvoudiger is om de verordening aan te passen aan de omstandigheden. Tariefdifferentiatie Er is tot dusverre voor de lijkbezorgingsrechten geen jurisprudentie gewezen inzake tariefdifferentiatie die betrekking heeft op de periode na de inwerkingtreding van de Wet materiële belastingbepalingen (1 januari 1995). De jurisprudentie die betrekking heeft op de oude wetgeving is geheel in lijn met de overige jurisprudentie op dit terrein. Zo heeft de Hoge Raad beslist dat tariefdifferentiatie in het recht voor het algemene onderhoud van de begraafplaats slechts is toegestaan als er sprake is van verschil in genot bij dat onderhoud. Een tariefdifferentiatie voor het algemene onderhoud van de begraafplaats tussen algemene graven en eigen graven kan volgens de Hoge Raad alleen als de infrastructuur rond de eigen graven uitgebreider is dan rond de algemene graven (Hoge Raad 7 mei 1997, nr. 31 920, Belastingblad 1997, blz. 451). Zie ook Hoge Raad 28 februari 2003, nr. 37 716, Belastingblad 2003, blz. 462 (Zaanstad) In dit arrest oordeelt de Hoge Raad dat een verschil in tarief voor algemeen onderhoud van de begraafplaats tussen eigen graven en algemene graven alleen geoorloofd is als er een rechtvaardigingsgrond is. Na verwijzing oordeelt Hof Den Haag dat aanleiding voor een tariefdifferentiatie bijvoorbeeld kan zijn dat de infrastructuur van de begraafplaats bij eigen graven uitgebreider is dan bij algemene graven. Op de Algemene begraafplaats van Zaandam is dit echter niet het geval. Het Hof oordeelt dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden. De tarieven voor eigen graven zijn onverbindend voor zover de in de tarieven begrepen component voor het algemene onderhoud de in de tarieven voor de algemene graven begrepen component voor het algemene onderhoud overtreffen. (Hof Den Haag, 10 december 2003, nr. 03/00687, LJN: AO1414). Met betrekking tot de verordening lijkbezorgingsrechten van de gemeente Grootegast heeft het Hof Leeuwarden beslist dat voor het afgeven van een vergunning voor het plaatsen van een grafsteen geen gedifferentieerd tarief mag worden geheven, afhankelijk van de aanschafprijs van die steen (Hof Leeuwarden 4 september 1992, nr. 968/90, Belastingblad 1993, blz. 114). Na de inwerkingtreding van de Wet materiële belastingbepalingen (1 januari 1995) is deze jurisprudentie in beginsel niet meer van toepassing en hebben gemeenten meer vrijheid bij de keuze van de maatstaf van heffing. Kostendekkendheid Op 1 januari 1990 is in werking getreden de Wet van 3 juli 1989 (Stb. 1989, 302) tot wijziging van de gemeentewet op het stuk der belastingen (limitering onroerendgoedbelastingen, leges en rechten). Deze wet had tot gevolg dat vanaf 1 januari 1990 een verordening begraafplaatsrechten niet wordt goedgekeurd indien de geraamde baten van die rechten uitgaan boven de geraamde gemeentelijke lasten ter zake. Het maken van een matige winst is daarmee niet langer toegestaan. Dit is geregeld in artikel 229b van de Gemeentewet. Tot 1 januari 1994 gold een overgangsregeling. Vanaf die datum mag de verordening begraafplaatsrechten maximaal kostendekkend zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel