**1..** De inkomsten uit arbeid van de uitkeringsgerechtigde, die arbeid in deeltijd aanvaardt, worden voor de duur van ten hoogste zes aaneengesloten maanden tot 25% van deze inkomsten, met een maximum van het in artikel 31, tweede lid, onder o, van de wet genoemde bedrag vrijgelaten, voorzover hij algemene bijstand ontvangt en de vrijlating naar het oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling.
**2..** De bijdrage aan de arbeidsinschakeling van de uitkeringsgerechtigde wordt in elk geval aanwezig geacht wanneer:
Het aanvaarden van deeltijdarbeid deel uitmaakt van een arbeidstoeleidingstraject en
De uitkeringsgerechtigde minimaal twaalf maanden voorafgaande aan de aanvaarding van de deeltijdarbeid geen algemeen geaccepteerde arbeid heeft verricht.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 16
Inkomstenvrijlating
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2009