Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging; benoeming wethouders

Onderdeel van Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad

1.. Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. 2.. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. 3.. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4.. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 6.. Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Op de werkwijze van deze commissie is het tweede lid van overeenkomstige toepassing. 7. . In opdracht van de burgemeester wordt voor aanvang van elke ambtstermijn en, in geval van een tussentijdse vacaturevervulling, voor aanvang daarvan, ten behoeve van de wethouders een risicoanalyse integriteit uitgevoerd. De burgemeester informeert de raad over de uitkomsten van deze integriteitstoets voordat de raad de wethouders benoemt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel