1. Elke gemeente draagt er zorg voor: a dat grove huishoudelijke afvalstoffen worden
ingezameld bij elk binnen haar grondgebied gelegen perceel waar zodanige afvalstoffen
ontstaan, en b dat er op ten minste één daartoe ter beschikking gestelde plaats binnen de
gemeente of binnen de gemeenten waarmee wordt samengewerkt, in voldoende mate
gelegenheid wordt geboden om grove huishoudelijke afvalstoffen achter te laten.
2. In het belang van een doelmatig beheer van grove huishoudelijke afvalstoffen kan bij
algemene maatregel van bestuur worden bepaald dat het eerste lid geheel of gedeeltelijk
buiten toepassing blijft met betrekking tot bij de maatregel aangewezen categorieën van
grove huishoudelijke afvalstoffen, al dan niet voor zover deze vrijkomen in een
hoeveelheid of een omvang die, of een gewicht dat groter is dan bij de maatregel is
aangegeven.