De tiende wijziging treedt inwerking met ingang van de dag 17
januari 1997, met dien verstande dat:
a de artikelen 4, eerste, tweede en vierde lid, 4b, tweede, vierde,
zevende, achtste en negende lid, 5, vijfde lid, 17, eerste lid, 18,
tweede lid en 19, tweede lid (inzake uitbreiding
berekeningsgrondslag uitkering en pensioen met de
eindejaarsuitkering) terugwerken tot en met 1 januari 1993;
b de artikelen 19, tiende lid, 21, derde lid en 28, vierde lid,
terugwerken tot en met 1 januari 1995;
c de artikelen 17, tweede lid, 18, tweede lid en derde lid, 19,
zevende en achtste lid, 19a, tweede lid, 36, vierde lid, 37, derde
lid, 53, tweede lid, 57, tweede en derde lid, terugwerken tot en met
1 januari 1996;
d de artikel 12, onder c, 19, derde lid en 20 werking hebben ten
aanzien van voor een pensioenberekening in aanmerking te nemen tijd
vanaf 1 januari 1994;
e de artikelen 2, eerste en tweede lid en 3, eerste lid werking
hebben ten aanzien van een recht op uitkering ter zaken van een
ontslag of aftreden ingaande 1 januari 1995 of later;
f artikel 18, vijfde lid, werking heeft ten aanzien van voor een
pensioenberekening in aanmerking te nemen uitkeringstijd waarin de
belanghebbende inkomsten heeft uit een betrekking waaraan aanspraak
op overheidspensioen wordt ontleend vanaf 1 januari 1995, en
overigens eerst werking heeft ten aanzien van voor een
pensioenberekening in aanmerking te nemen tijd waarin recht op
uitkering bestaat uit hoofde van een ontslag of aftreden op of na de
dag van inwerkingtreding van de tiende wijziging.
g de artikelen 23 en 23a werken terug tot en met 1 juli 1996.
Afdeling 3 › Hoofdstuk 3
Artikel 104
Inwerkingtreding tiende wijziging
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders