1 Op schriftelijk verzoek van degene die aantoont, dat uit
hoofde van zijn recht op algemeen pensioen een vermindering
plaatsvindt van enig ander pensioen dan bedoeld in artikel 51,
vijfde lid, wordt het bedrag van die vermindering voor zoveel
mogelijk in mindering gebracht op het inbouwbedrag. De vorige
volzin is slechts van toepassing voor zover bedoelde
vermindering betrekking heeft op tijd die gelijktijdig in de
desbetreffende betrekking is of geacht kan worden te zijn
vervuld. Aan diensttijd die niet daadwerkelijk in
dienstverhouding of als politiek ambtsdrager is doorgebracht
wordt een plaats toegekend overeenkomstig het bepaalde in
artikel 49, onder f.
2 De vermindering van het inbouwbedrag bedoeld in het vorige lid
gaat in met de dag waarop de in dat lid bedoelde omstandigheid
is opgetreden, met dien verstande dat deze niet vroeger ingaat
dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin het
desbetreffende verzoek werd ingediend.
3 Bij toepassing van het eerste lid wordt, ingeval op meer dan
één pensioen recht bestaat, het bedrag van de in dat lid
bedoelde vermindering op de inbouwbedragen in mindering gebracht
naar verhouding van evenbedoelde bedragen.
4 Indien de som van het inbouwbedrag en de vermindering van het
andere pensioen, ook na toepassing van de overige bepalingen van
dit artikel, een bedrag gelijk aan 80 percent van het algemeen
pensioen overschrijdt, wordt van deze overschrijding een deel in
mindering gebracht op het inbouwbedrag, en wel in de verhouding
waarin de diensttijd, waarnaar het pensioen waarop vorenbedoeld
inbouwbedrag betrekking heeft is of geacht wordt te zijn
berekend, staat tot het totaal van de diensttijden.
5 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing, indien een
vermindering plaatsvindt van enig ander pensioen dan bedoeld in
artikel 51, vijfde lid, toegekend aan de echtgenoot van de
belanghebbende.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2
Artikel 52
Vermindering inbouwbedragen bij korting op particulier pensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders