Deze verordening verstaat onder:
Veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren;
Wet: de Wet geurhinder en veehouderij;
Bebouwde kom: gebied dat een zodanige bebouwings- en mensdichtheid heeft dat het voor de toepassing van de Wet geurhinder en veehouderij moet worden aangemerkt als bebouwde kom;
Kaart: de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart, met aanduidingen van de gebieden waarvoor met toepassing van artikel 6 van de Wet en rekening houdend met de artikelen 8 en 9 van de Wet, afwijkende normen voor de geurbelasting en afwijkende vaste afstanden zijn vastgesteld;
Geurbelasting: de waarde ter plaatse van de gevel van het geurgevoelig object, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid, berekend met het verspreidingsmodel V-Stacks gebied;
Vaste afstanden: de afstand tussen een veehouderij, waar dieren worden gehouden waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld, en een geurgevoelig object;
Geurgevoelig object (ggo): zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij;
Odour units (ouE/m3; P98): geurconcentratie als aantallen Europese odour units in een volume-eenheid lucht (ouE/m3), gemeten volgens de NEN-EN 13725:2003 “Luchtbepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie”. In deze verordening wordt voor de geurbelasting uitgegaan van het gebruikelijke 98-percentiel geurconcentratie. Dit betekent dat de – met een verspreidingsmodel – berekende geurconcentratie gedurende 98 procent van de tijdseenheid niet wordt overschreden.