**1.** De ontvanger van een subsidie natuurbeheer:
draagt er zorg voor dat alle beheeractiviteiten worden verricht die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het op het natuurterrein aanwezige natuurbeheertype waarvoor subsidie wordt verstrekt en dat geen handelingen worden verricht of gedoogd die afbreuk doen aan de instandhouding van het natuurbeheertype;
draagt er zorg voor dat, als voor het gehele natuurterrein of een gedeelte daarvan, subsidie wordt verstrekt voor het recreatiepakket, op het betreffende gehele natuurterrein of gedeelte daarvan, wordt voldaan aan bijlage 2;
draagt er zorg voor dat als voor het natuurterrein subsidie wordt verstrekt voor de monitoring van de kwaliteit van een natuurbeheertype, deze monitoring wordt verricht overeenkomstig door Gedeputeerde Staten nader vast te stellen voorschriften;
draagt er zorg voor dat wordt toegestaan dat door of vanwege Gedeputeerde Staten monitoringswerkzaamheden worden uitgevoerd op het natuurterrein waarvoor subsidie wordt verstrekt;
draagt er zorg voor dat het natuurterrein waarvoor subsidie wordt verstrekt ten minste 358 dagen per jaar kosteloos open wordt gesteld en de toegankelijkheid in stand wordt gehouden;
draagt er zorg voor dat op verzoek van Gedeputeerde Staten inzage wordt gegeven in het uitgevoerde dan wel uit te voeren beheer ten behoeve van de instandhouding van het op het natuurterrein aanwezige natuurbeheertype;
meldt aan Gedeputeerde Staten de omstandigheden als gevolg waarvan hij redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan één of meerdere subsidieverplichtingen en doet dit binnen tien werkdagen na de dag dat dit voor hem mogelijk is;
meldt aan Gedeputeerde Staten de datum waarop weer aan de subsidieverplichtingen kan worden voldaan, en doet dit binnen tien werkdagen na de betreffende datum, en
draagt er zorg voor dat een ambtenaar als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht niet wordt verhinderd controles uit te voeren in het kader van het toezicht op de naleving.
**2.** In afwijking van het eerste lid, de onderdelen g en h, kan een subsidieontvanger, die in het bezit is van een geldig certificaat natuurbeheer of certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer, eenmaal per kalenderjaar uiterlijk 31 oktober bij Gedeputeerde Staten de in het eerste lid, de onderdelen g en h, bedoelde gegevens melden.
**3.** Een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel b, dat het beheer laat uitvoeren door een of meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onderdeel a, komt gedurende de zes beheerjaren met elk van deze natuurlijke personen of rechtspersonen voor zover deze op de peildatum de zeggenschap hebben over het beheer, schriftelijk overeen dat:
de natuurlijke persoon of rechtspersoon de verplichtingen naleeft als bedoeld in het eerste lid, de onderdelen a, b en d tot en met f;
de natuurlijke persoon of rechtspersoon een vergoeding ontvangt voor de naleving van de verplichtingen als bedoeld in het eerste lid, de onderdelen a, b en d tot en met f;
de natuurlijke persoon of rechtspersoon garant staat voor het terugbetalen van de in onderdeel b bedoelde vergoeding, als Gedeputeerde Staten de subsidie lager vaststellen of geheel of gedeeltelijk intrekken.
**4.** Als:
gehele of gedeeltelijke sluiting van het natuurterrein noodzakelijk is ter voldoening aan de bij of krachtens de Flora- en faunawet gestelde regels voor soortenbescherming of de krachtens de artikelen 10, 10a, 19, 19a en 21 van de Natuurbeschermingswet 1998 voor beschermde natuurmonumenten of Natura-2000-gebieden vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en toegangsbeperkingen;
gehele of gedeeltelijke sluiting van het natuurterrein noodzakelijk is omdat het natuurterrein niet bereikbaar of naar zijn aard niet begaanbaar is, of
sluiting ten hoogste één hectare van het natuurterrein betreft en wenselijk is vanwege bescherming van de persoonlijke levenssfeer, is de ontvanger van een subsidie natuurbeheer voor dat betreffende gedeelte van het natuurterrein vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
**5.** Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer, niet zijnde een subsidieontvanger, die in het bezit is van een geldig certificaat natuurbeheer of certificaat samenwerkingsverband natuurbeheer, stelt Gedeputeerde Staten onverwijld op de hoogte van een sluiting op grond van het vierde lid, tenzij het gebied is aangewezen in het natuurbeheerplan overeenkomstig artikel 2.1, derde lid, onderdeel a.
**6.** Een ontvanger van een subsidie natuurbeheer kan een aanvraag indienen tot ontheffing van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, als hij daarvan om andere redenen dan de redenen, genoemd in het vierde lid, wenst te worden ontheven.
**7.** Een melding als bedoeld in het vijfde lid en een aanvraag als bedoeld in het zesde lid, gaat vergezeld van een topografische kaart waarop het niet-opengestelde deel van het natuurterrein is aangegeven.
Hoofdstuk
Artikel 3.6
(subsidieverplichtingen)
Onderdeel van Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer