**1.** Gedeputeerde Staten stellen een natuurbeheerplan vast.
**2.** In het natuurbeheerplan is in elk geval een kaart met een topografische ondergrond van ten hoogste 1:10.000 opgenomen, waarop is aangeduid:
voor welke natuurterreinen een subsidie natuurbeheer kan worden verstrekt en welk natuurbeheertype op deze natuurterreinen in stand kan worden gehouden;
voor welke landbouwgronden een subsidie agrarisch natuurbeheer kan worden verstrekt en tot welke agrarische beheertypen het op die landbouwgrond uit te voeren agrarische beheerpakket dient te behoren;
voor welke landschapsbeheertypen, landschapselementen of beheerpakketten landschap binnen welke gebieden of op welke lokatie een subsidie landschapsbeheer kan worden verstrekt;
voor welke landbouwgronden een probleemgebiedensubsidie kan worden verstrekt;
**3.** In het natuurbeheerplan kan tevens worden bepaald:
voor welke natuurterreinen, aangewezen overeenkomstig het tweede lid, onderdeel a, subsidieontvangers om de in artikel 3.6, vierde lid, onderdeel a, genoemde reden zijn vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdeel f;
voor welke natuurterreinen de toeslag, bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel a, kan worden verstrekt;
voor welke natuurbeheertypen de toeslag, bedoeld in artikel 3.8, tweede lid, onderdeel b, kan worden verstrekt;
d. voor welke landbouwgronden een probleemgebiedensubsidie als bedoeld in artikel 4.2.10 kan worden verstrekt.
**4.** In het natuurbeheerplan kan in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer tevens worden bepaald:
dat voor het uitvoeren van één of meerdere agrarische beheerpakketten binnen een in het natuurbeheerplan begrensd gebied alleen subsidie kan worden verstrekt als binnen dat gebied voor ten minste een bepaald aantal hectares subsidie voor die agrarische beheerpakketten wordt verstrekt;
welke agrarische beheerpakketten binnen het op grond van onderdeel a vastgestelde gebied moeten voorkomen en in welke verhouding die verschillende agrarische beheerpakketten aanwezig moeten zijn.
**5.** In gebieden die door Gedeputeerde Staten overeenkomstig het vierde lid zijn aangewezen kunnen geen aanvragen worden ingediend voor het uitvoeren van één of meerdere agrarische beheerpakketten op landbouwgronden voor zover die landbouwgronden niet zijn opgenomen in de aanvraag, bedoeld in artikel 9.1.