Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9.2

(goedkeuring collectief beheerplan of wijziging daarvan)

Onderdeel van Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer

1. Gedeputeerde Staten kunnen een collectief beheerplan dan wel een wijziging van een op grond van dit artikel vastgesteld collectief beheerplan vaststellen als: de aanvraag tot vaststelling is ingediend door een gebiedscoördinator die het beheer in het betreffende gebied coördineert; de aanvraag tot vaststelling uiterlijk op 15 december voorafgaand aan een beheerjaar is ingediend; het collectief beheerplan dan wel de wijziging van een op grond van dit artikel vastgesteld collectief beheerplan past binnen het natuurbeheerplan zoals dat zes weken vóór indiening van de in artikel 9.1 bedoelde aanvraag geldt, én het collectief beheerplan dan wel de wijziging van een op grond van dit artikel vastgesteld collectief beheerplan voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage 5, onderdeel A respectievelijk onderdeel B. 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan een aanvraag als bedoeld in het eerste lid tot uiterlijk 1 februari van een beheerjaar worden aangepast, voor zover in die aangepaste aanvraag in vergelijking tot de in het eerste lid bedoelde aanvraag: geen nieuwe begunstigden zijn opgenomen, tenzij: het een geval van overdracht van een subsidie agrarisch natuurbeheer als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, betreft, én de overgedragen subsidie agrarisch natuurbeheer werd verstrekt in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer; geen vergrotingen van het areaal als bedoeld in artikel 7.5, derde lid, zijn opgenomen die de maximale oppervlakte, bedoeld in artikel 4.1.2.3, onderdeel a, overstijgen. 3. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid dient een aanpassing als bedoeld in dat lid in overeenstemming te zijn met de eisen, bedoeld in bijlage 5, onderdeel A respectievelijk onderdeel B.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel