Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.1.2.3

(subsidieverplichtingen)

Onderdeel van Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer

1. Een ontvanger van een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a: draagt er zorg voor dat het op het natuurterrein aanwezige landschapselement in stand wordt gehouden door te voldoen aan de beheereisen zoals die in bijlage 6, onderdelen B.1 of B.2, zijn opgenomen bij het equivalente beheerpakket landschap, en dat geen handelingen worden verricht of gedoogd die afbreuk doen aan de instandhouding van het betreffende landschapselement; draagt er zorg voor dat, voor zover subsidie wordt verstrekt voor de monitoring van de kwaliteit van binnen een natuurterrein gelegen landschapselementen, deze monitoring wordt verricht overeenkomstig door Gedeputeerde Staten nader vast te stellen voorschriften; draagt er zorg voor dat door of vanwege Gedeputeerde Staten monitoringswerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd met betrekking tot het op het natuurterrein gelegen landschapselement waarvoor de subsidie wordt verstrekt; draagt er zorg voor dat op verzoek van Gedeputeerde Staten inzage wordt gegeven in het uitgevoerde dan wel uit te voeren beheer ten behoeve van de instandhouding van het op het natuurterrein aanwezige landschapselement; meldt aan Gedeputeerde Staten de omstandigheden als gevolg waarvan hij redelijkerwijs niet kan voldoen aan één of meerdere subsidieverplichtingen, en doet dit binnen tien werkdagen nadat hij redelijkerwijs op de hoogte kan zijn van die omstandigheden; meldt aan Gedeputeerde Staten de datum waarop weer aan de subsidieverplichtingen kan worden voldaan, en doet dit binnen tien werkdagen na de betreffende datum, én draagt er zorg voor dat een toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht niet wordt verhinderd toezicht te houden op de naleving van de subsidieverplichtingen. 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, hoeft een gecertificeerde begunstigde niet te voldoen aan de in dat onderdeel bedoelde beheereisen, maar draagt hij er zorg voor dat alle beheeractiviteiten worden verricht die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het op het natuurterrein aanwezige landschapselement, en dat geen handelingen worden verricht en gedoogd die afbreuk doen aan de instandhouding daarvan. 3. In afwijking van het eerste lid, onderdelen e en f, kan een ontvanger van een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1, eerste lid, onderdeel a, die tevens gecertificeerde begunstigde is, éénmaal per kalenderjaar maar uiterlijk op 31 oktober bij Gedeputeerde Staten melden ten aanzien van welke landschapselementen niet voldaan wordt aan één of meerdere subsidieverplichtingen. 4. Een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel b, dat het beheer laat uitvoeren door één of meerdere natuurlijke personen of rechtspersonen als bedoeld in artikel 5.1.2.1, eerste lid, onderdeel a, komt gedurende de zes kalenderjaren met elk van deze natuurlijke personen of rechtspersonen, voor zover deze op de peildatum van één of meerdere van die kalenderjaren de zeggenschap hebben over het beheer, schriftelijk overeen dat: de natuurlijke persoon of rechtspersoon de verplichtingen naleeft als bedoeld in: het eerste lid, onderdelen a, c, d en g, óf het eerste lid, onderdelen c, d en g, en het tweede lid indien het samenwerkingsverband tevens een gecertificeerde begunstigde is; de subsidieontvanger aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon een vergoeding betaalt voor de door hem of haar nageleefde verplichtingen als bedoeld in: het eerste lid, onderdeel a, óf het tweede lid indien het samenwerkingsverband tevens een gecertificeerde begunstigde is; de natuurlijke persoon of rechtspersoon garant staat voor het terugbetalen van de in onderdeel b bedoelde vergoeding, als Gedeputeerde Staten de subsidie lager vaststellen of geheel of gedeeltelijk wijzigen dan wel intrekken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel