Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 7.3a

(aanvullende voorwaarden overdracht collectief agrarisch beheer)

Onderdeel van Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer

1.. Gedeputeerde Staten kunnen een aanvraag als bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, die be- trekking heeft op een subsidie agrarisch natuurbeheer in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer, slechts goedkeuren indien deze vergezeld gaat van: een aanvraag als bedoeld in artikel 4.1.2.1, eerste lid, indien de derde in het betreffende collectief gebied nog niet deelneemt aan collectief agrarisch natuurbeheer; een aanvraag tot verhoging van de maximale oppervlakte als bedoeld in artikel 4.1.2.3, onderdeel a, indien de derde in het betreffende collectief gebied reeds deelneemt aan collectief agrarisch natuurbeheer en door de overdracht deze maximale oppervlakte wordt overschreden. 2.. In zoverre in afwijking van het bepaalde in artikel 7.3, tweede lid, bestrijkt de aanvraag, be-doeld in: het eerste lid, onderdeel a, van het onderhavige artikel, een geheel nieuwe periode van zes aaneengesloten beheerjaren, waarbij die periode aanvangt met ingang van het be- heerjaar waarin de derde op de peildatum als begunstigde aangemerkt kan worden; het eerste lid, onderdeel b, van het onderhavige artikel, de resterende periode waarvooraan die derde subsidie is verleend op basis van de door hem voor het betreffende collec- tief gebied ingediende aanvraag als bedoeld in artikel 4.1.2.1, eerste lid, waarbij die res- terende periode aanvangt met ingang van het beheerjaar waarin de derde op de peilda- tum als begunstigde aangemerkt kan worden. 3.. Op aanvragen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, is artikel 1.3, eerste lid nietvan toepassing. 4.. Indien de subsidieontvanger als gevolg van de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde overdracht niet langer beschikt over voldoende oppervlakte om met ten minste de mini- mumoppervlakte, bedoeld in artikel 4.1.2.3, onderdeel a, te blijven deelnemen aan collectief agrarisch natuurbeheer, dan wordt de hiervoor bedoelde minimumoppervlakte, met ingang van het beheerjaar waarin de derde op de peildatum als begunstigde aangemerkt kan wor- den, verlaagd tot de oppervlakte die wordt gevormd door de goedgekeurde overgedragen oppervlakte in mindering te brengen op de oppervlakte die de subsidieontvanger op grond van het in artikel 4.1.2.3, onderdeel d, bedoelde collectief beheerplan in het betreffende be- heerjaar diende te beheren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel