**1.** Gedeputeerde Staten stellen een natuurbeheerplan vast.
**2.** Als onderdeel van het natuurbeheerplan stellen Gedeputeerde Staten in elk geval een elektronische kaart met een topografische ondergrond vast, waarop is aangeduid:
voor welke natuurterreinen een subsidie natuurbeheer kan worden verstrekt en welk natuurbeheertype op deze natuurterreinen in stand kan worden gehouden;
voor welke landbouwgronden een subsidie agrarisch natuurbeheer kan worden verstrekt en tot welke agrarische beheertypen het op die landbouwgrond uit te voeren agrarische beheerpakket dient te behoren;
voor welke landschapsbeheertypen, landschapselementen of beheerpakketten landschap op welke lokatie een subsidie landschapsbeheer kan worden verstrekt, met dien verstande dat ten aanzien van beheerpakketten landschap ook gebieden aangeduid kunnen worden waarbinnen een subsidie landschapsbeheer als bedoeld in artikel 5.1.1.1., eerste lid, onderdeel b, kan worden verstrekt;
voor welke landbouwgronden een probleemgebiedensubsidie kan worden verstrekt;
**3.** In het natuurbeheerplan kan tevens worden bepaald:
voor welke natuurterreinen, aangewezen overeenkomstig het tweede lid, onderdeel a, subsidieontvangers om de in artikel artikel 3.1.6. derde lid, onderdeel a, genoemde reden zijn vrijgesteld van de verplichting, bedoeld in artikel 3.1.6,eerste lid, onderdeel e;
voor welke natuurterreinen de toeslagen, bedoeld in artikel 3.1.8, tweede lid, kunnen worden verstrekt;
voor welke landbouwgronden of andere gronden met het oog op natuurontwikkeling verwerving als bedoeld in paragraaf 2.3 van de Regeling inrichting landelijk gebied van de minister:
uitsluitend wordt nagestreefd ten behoeve van Staatsbosbeheer of
instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidies particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisaties van de minister, zoals dat artikel tot 1 januari 2008 luidde;
uitsluitend of mede wordt nagestreefd ten behoeve van anderen dan de instellingen of organisaties, bedoeld onder i.
**4.** In het natuurbeheerplan kan in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer of collectief landschapsbeheer tevens worden bepaald:
dat voor het uitvoeren van één of meerdere agrarische beheerpakketten binnen een in het natuurbeheerplan begrensd gebied alleen subsidie kan worden verstrekt als binnen dat gebied voor ten minste een bepaald aantal hectares subsidie voor die agrarische beheerpakketten of beheerpakketten landschap wordt verstrekt;
welke agrarische beheerpakketten binnen het op grond van onderdeel a vastgestelde gebied moeten voorkomen en in welke verhouding die verschillende agrarische beheerpakketten of beheerpakketten landschap aanwezig moeten zijn.
**5.** In gebieden die door Gedeputeerde Staten op basis van het vierde lid zijn begrensd kunnen geen aanvragen worden ingediend voor het uitvoeren van de overeenkomstig dat lid aangewezen agrarische beheerpakketten beheerpakketten landschap voor zover deze niet zijn opgenomen in de aanvraag, bedoeld in artikel 9.1.