**1..** Indien een begunstigde in het kader van collectief agrarisch natuurbeheer één of meerdere agrarische beheerpakketten met de aanduiding A01.01.01 tot en met A01.03.01 uitvoert, gel- den de instapeisen met betrekking tot de minimumomvang van de beheereenheid niet voor zo- ver er sprake is van ecologische overbrugbaarheid.
**2..** Van ecologische overbrugbaarheid als bedoeld in het eerste lid is sprake indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
de zelfstandig te kleine beheereenheid ligt op maximaal 10 meter van een andere beheer- eenheid waarop hetzelfde agrarisch beheertype wordt uitgevoerd, waarbij:
de gezamenlijke oppervlakte groter of gelijk is aan de minimumoppervlakte die behoort bij het agrarisch beheerpakket dat op de zelfstandig te kleine beheereenheid wordt uit- gevoerd, én
de andere beheereenheid is gelegen binnen hetzelfde collectief gebied als de zelfstandig te kleine beheereenheid;
**3..** de afstand tussen beide beheereenheden is voor de weidevogels, akkervogels, ganzen of hamsters, en in het bijzonder de jongen van de genoemde diersoorten te overbruggen.
Hoofdstuk
Artikel 4.1.2.1a
(ecologische overbrugbaarheid)
Onderdeel van Subsidieregeling Natuur- en Landschapsbeheer