Naar hoofdinhoud
1. Bij noodzakelijkheid van een budgetbeheerrekening, neemt de gemeente voor een  periode van maximaal 3 jaar de maandelijkse uitvoeringskosten voor een basis  budgetbeheerrekening (BBR Basis) van de klant voor haar rekening. Deze periode van 3  jaar kan na beoordeling van de noodzakelijkheid steeds met een jaar verlengd  worden. 2. Eventuele meerkosten van uitvoering van een uitgebreidere budgetbeheerrekening  (BBR  Totaal) komen voor rekening van de klant zelf. 3. Wanneer het maandinkomen van klant (en eventuele partner) meer is dan 130% van  het van toepassing zijnde wettelijk minimum en de budgetbeheerrekening is niet  gebonden aan een minnelijke en/of wettelijke schuldregeling, betaalt de klant zelf de  volledige maandelijkse uitvoeringskosten van de budgetbeheerrekening, dus ook de  kosten van de BBR Basis uit het eerste lid.

Rechtspraak bij dit artikel