Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.6

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene subsidieverordening Velsen 2013

De subsidieverlening kan, naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Awb genoemde gevallen, geweigerd worden, indien gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente of niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan ingezetenen van de gemeente; de aanvrager zich richt op zaken die strijdig zijn met het gemeentelijk beleid en/of het collegeprogramma; de gelden niet, of in onvoldoende mate, besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverlening over voldoende gelden, uit eigen middelen of uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de aanvrager zich richt op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; in het beoogde doel/de voorgenomen activiteit(en) reeds op andere wijze in belangrijke mate is voorzien; binnen de organisatie van de aanvrager een medewerker of bestuurder, een beloning ontvangt die hoger is dan de wettelijke normen voor topinkomens in de (semi) publieke sector.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel