Tenzij in de subsidiebeschikking een andere termijn is genoemd,
dient de subsidieontvanger vóór 1 juli van het jaar volgend op
het jaar waarvoor een subsidie is verleend de volgende
bescheiden in bij het college:
a. een inhoudelijk jaarverslag waaruit blijkt of het
doel is gerealiseerd en de activiteiten zijn
uitgevoerd;
b. een overzicht van de activiteiten en de hieraan
verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
jaarrekening);
c. een balans naar de toestand aan het einde van het
afgelopen subsidiejaar met een toelichting daarop;
d. een accountantsverklaring, zoals bedoeld in het
tweede lid van dit artikel.
De subsidieontvanger is verplicht een controleopdracht te
verstrekken aan een accountant als bedoeld in artikel 393, 1e
lid, boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, resulterend in een
accountantsverklaring.
Het college kan bepalen dat ook andere dan de in dit artikel
bedoelde gegevens en bescheiden, die voor de vaststelling van
belang zijn, worden overgelegd;
Het college kan nadere eisen stellen over de wijze waarop zij
geïnformeerd wil worden over de in 3.4, onder 1 genoemde
aanmerkelijke verschillen tussen de werkelijke uitgaven en
inkomsten van de begrote uitgaven en inkomsten;
Indien de subsidieontvanger de in het eerste of tweede lid
bedoelde bescheiden niet tijdig bij het college indient, kan het
college besluiten om de subsidie lager vast te stellen;
Het college kan besluiten dat de verplichtingen zoals neergelegd
in het eerste lid, onder d van dit artikel, voor een bepaalde
categorie subsidieontvangers niet gelden;
De subsidieontvanger behoeft toestemming van het college voor
handelingen vermeld in artikel 4:71 van de Awb.
Hoofdstuk
Artikel 4.4
Verantwoording bij subsidie vanaf € 50.000
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Velsen 2013