In de artikelen 2:40.2. tot en met 2:40.9 wordt verstaan
onder:
de wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
onder a, van de Wet;
behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in
artikel 30, onder b, van de Wet;
kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
30, onder c, van de Wet;
speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het
publiek gelegenheid te geven een spel door middel van
speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c,
eerste lid, onder b, van de wet;
ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de
speelautomatenhal exploiteert;
beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en
de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is
belast;
openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander
verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen
de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen
of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede
kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en
als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 10.
Artikel 2:40.1
Begripsbepalingen speelautomatenhallen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder