Behoudens het bepaalde in de Jachtwet is het de eigenaar,
houder of verzorger van:
een hond verboden zich met dit dier te bevinden op
de dijken; dit geldt niet voor die dijkvakken waarvan
burgemeester en wethouders bij openbaar bekend te maken
besluit hebben verklaard, dat het verbod niet van
toepassing is;
een hond verboden deze zonder voldoende toezicht
buiten de bebouwde kom los te laten
lopen;
een windhond of andere hond, welke door zijn
lichaamsbouw in staat is wild in te lopen en te vangen,
verboden deze los te laten lopen buiten de bebouwde
kom;
een hond, onverminderd het bepaalde onder a en b,
verboden deze tussen één uur na zonsondergang en één
voor zonsopgang buiten de bebouwde kom los te laten
lopen, zulks anders dan in bij hem in gebruik zijnde
woningen en andere gebouwen of de daarbij behorende
afgesloten erven.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 11.
Artikel 2:57.1
Loslopende honden op dijken, verbod wild in te lopen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder