Eerste lid
Blijkens de redactie van het eerste lid wordt de belasting verschuldigd bij het begin van het
belastingjaar of bij het begin van de belastingplicht, zo dit later is. Hoewel in de verordening
is gekozen voor een tijdvakheffing en niet voor een tijdstipheffing, ontstaat de materiële
belastingschuld ingevolge dit artikellid niet pas aan het einde van het belastingjaar, doch
reeds bij het begin ervan. De belastingschuld kan derhalve in de loop van het belastingjaar
worden geformaliseerd. Aangezien de materiële belastingschuld in beginsel ontstaat bij het
begin van het belastingjaar, zijn tariefverhogingen in de loop van het belastingjaar niet
mogelijk. Hierbij wordt geattendeerd voor het opleggen van de aanslagen op het arrest van
de Hoge Raad van 2 november 1994, nr. 29 595, Belastingblad 1994, blz. 819, BNB 1995/12
(Amsterdam) inzake het opleggen van een aanslag precariorecht gedurende het lopende
tijdvak. Op grond van de verordening hief de gemeente Amsterdam precariorecht bij wege
van aanslag over het tijdvak gelijk aan het kalenderjaar. Aan een aannemer die gedurende
een periode van ongeveer anderhalve maand een stukje gemeentegrond had gebruikt voor de
opslag werd in juli van dat jaar een aanslag opgelegd. De Hoge Raad oordeelde dat
ingevolge het systeem van de artikelen 11 tot en met 15 van de Algemene wet inzake
rijksbelastingen pas na afloop van het tijdvak een definitieve aanslag kan worden opgelegd
indien de grootte van de belastingschuld pas na afloop van het tijdvak kan worden
vastgesteld. Nu de aanslag binnen het heffingstijdvak was opgelegd, was aldus de Hoge
Raad de aanslag terecht vernietigd.
Tweede en derde lid
In de leden twee en drie zijn regels gegeven die betrekking hebben op wijzigingen gedurende
het kalenderjaar in de belastingplicht. In de verordening is gekozen voor een tijdsevenredige
herleiding per maand, waarbij gedeelten van een maand niet worden meegerekend.
Vierde lid
In het vierde lid is een minimumbedrag met betrekking tot de heffing opgenomen. Indien het
belastingbedrag minder beloopt dan dit bedrag, dan wordt dit bedrag niet geheven. Hier is
sprake van een efficiency-bepaling.
Hoofdstuk
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening Brandweerrechten 2009