Naar hoofdinhoud
Het college vordert de vorderingen op volgorde van ontstaansdatum in zolang de belanghebbende geen verzoek heeft gedaan op grond van artikel 4:92, tweede lid van de Awb. Onverminderd het gestelde in het eerste lid vindt de invordering van een boete bij voorrang plaats. Van het gestelde in het tweede lid wordt afgeweken: bij beslaglegging door een derdeschuldeiser wordt eerst de vordering ingevorderd; als brutering van de vordering voorkomen kan worden door eerst de vordering in te vorderen; als het restant bedrag van de vordering(en) in minder dan zes maandelijkse termijnen vanaf de datum boete-oplegging zal zijn voldaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel