Het college maakt gebruik van de bevoegdheid tot:
het opschorten, herzien of intrekken van het recht op uitkering ingevolge artikel 54 van de WWB, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend.
het terugvorderen, zoals dit haar op grond van artikel 58, tweede lid en artikel 59 van de WWB toekomt.
het verrekenen van de in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen met de algemene bijstand, zoals die haar op grond van artikel 58, vierde lid van de WWB toekomt.
het bruteren van de vordering.
het invorderen van de vordering via een dwangbevel, zoals dit haar op grond van artikel 60, tweede lid van de WWB toekomt.
het verrekenen van de vordering met de WWB-, IOAW- of IOAZ-uitkering, zoals dit haar op grond van artikel 60, derde lid van de WWB toekomt.
het in rekening brengen van rente en kosten ingeval van niet nakoming van de verplichting tot terugbetaling van teveel of ten onrechte genoten bijstand.
De bevoegdheden genoemd in lid a tot en met g gelden voor het college als algemene verplichtingen behoudens de in deze beleidsregels beschreven uitzonderingen.
Het college maakt geen gebruik van haar bevoegdheid om van terugvordering of van verdere terugvordering af te zien op grond van artikel 58, zevende lid onder a, b en d van de WWB.
Hoofdstuk
Artikel 2.
Algemene bepaling met betrekking tot gebruikmaking van de wettelijke bevoegdheid
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Wet werk en bijstand en invordering boetes gemeente Alkmaar