Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Wild zwijn (Sus scrofa)

Onderdeel van Aanwijzingsbesluit bestrijding diverse dieren provincie Groningen 2008

Uitsluitend in het belang van de openbare veiligheid alsmede van het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen als bedoeld in artikel 67, eerste lid, onder a en c, van de Flora- en faunawet, worden jachtaktehouders, die beschikken over een verlof als bedoeld in de Circulaire wapens en munitie 2005, alsmede overige jachtaktehouders, aangewezen als categorie van personen, die in afwijking van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9, 11, 72, vijfde lid, en 74, eerste lid, onder a, van de Flora- en faunawet, wild zwijn mogen vangen en doden met het geweer, met inachtneming van de hieronder vermelde voorschriften: Dit besluit is van toepassing op het grondgebied gelegen binnen de grenzen van de provincie Groningen. Degenen die bevoegd zijn tot het gebruik van deze aanwijzing mogen voor het doden van het wild zwijn gebruik maken van het geweer. Een ieder die gebruik maakt van deze aanwijzing is verplicht, indien gebruik wordt gemaakt van het geweer, een geldige jachtakte bij zich te dragen en dit document op eerste vordering aan de daartoe bevoegde ambtenaren ter inzage te geven. De in dit besluit bedoelde jachtaktehouders, die in het bezit zijn van een verlof als bedoeld in de Circulaire wapens en munitie 2005, zijn bij gebruik van deze aanwijzing tevens verplicht het genoemd verlof, dan wel een kopie daarvan, bij zich te dragen en dit document op eerste vordering aan de daartoe bevoegde ambtenaren ter inzage te geven. Jachtaktehouders die in het bezit zijn van een verlof als bedoeld in de Circulaire wapens en munitie 2005 mogen ingevolge artikel 67, vijfde lid, van de Flora- en faunawet van deze aanwijzing gebruik maken op alle gronden binnen het onder 1 begrensde gebied en zonder voorafgaande toestemming van de grondgebruiker, voor zover het betreden van diens gronden voor de uitoefening van hun taak noodzakelijk is. Bedoelde jachtaktehouders zijn gerechtigd zich daartoe zonodig met behulp van de sterke arm toegang te verschaffen.. Alvorens tot het betreden van gronden zonder toestemming van de grondgebruiker wordt overgegaan, wordt voor zover mogelijk de grondgebruiker van de voorgenomen acties op de hoogte gesteld. Tevens mogen bedoelde jachtaktehouders in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 72, vijfde lid, juncto artikel 7, negende lid, onder a en b, van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren van deze aanwijzing gebruik maken vanaf een uur voor zonsopgang en een uur na zonsondergang en in de bebouwde kommen der gemeenten, alsmede in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 74, eerste lid, onder a, van de Flora- en faunawet in een veld dat niet voldoet aan de krachtens artikel 49 van de Flora- en faunawet gestelde eisen (jachtveld). Schadebestrijding in het kader van deze aanwijzing op gronden die in beheer zijn bij terreinbeherende organisaties vindt slechts plaats in overleg met deze instanties. Jachtaktehouders mogen van deze aanwijzing gebruik maken op gronden waarvan zij jachthouder zijn of op gronden van anderen, mits zij daartoe over een schriftelijke toestemming van de desbetreffende grondgebruiker(s) beschikken. Deze schriftelijke toestemming moet op eerste vordering aan de daartoe bevoegde ambtenaren ter inzage worden gegeven. Jachtaktehouders mogen in afwijking van het bepaalde bij of krachtens artikel 72, vijfde lid, juncto artikel 7, negende lid, onder a, van het Besluit beheer en schadebestrijding dieren gebruik maken van deze aanwijzing van een half uur voor zonsopgang tot een half uur na zonsondergang. Van gedode wilde zwijnen dient onverwijld een bloedmonster te worden genomen volgens de daarvoor geldende instructie en procedure en voor onderzoek worden aangeboden aan de GD Deventer, Postbus 9, 7400 AA Deventer, ter attentie van de heer L. Dekkers. De bemachtigde dieren, of delen daarvan, mogen door de in dit besluit bedoelde jachtaktehouders overeenkomstig de geldende regelgeving worden geconsumeerd of in de handel gebracht. Ter voorkoming van de verspreiding van dierziekten dienen de bemachtigde dieren of resterende delen daar van, voor zover deze niet voor eigen gebruik worden aangewend, of niet (mogen) worden verhandeld, ter destructie worden aangeboden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel