Naar hoofdinhoud
In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Aanvrager: de persoon voor wie de voorziening is bedoeld; Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend; Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt; Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren van activiteiten; Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilversum: de door het college vast te stellen regels ter uitwerking van het in deze verordening gestelde; Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is; College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilversum; Compensatieplicht: de algemene verplichting van het college om personen met beperkingen door het treffen van voorzieningen een zodanige uitgangspositie te verschaffen dat zij in aanvaardbare mate zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie; Eigen aandeel: een door het college vast te stellen eigen aandeel in de kosten, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de aanvrager komt; Eigen bijdrage: een door het college vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura en/of een persoonsgebonden budget voor rekening van de aanvrager komt; Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening; Gemeenschappelijke ruimte: gedeelte van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de aanvrager vanaf de toegang van het woongebouw te bereiken dan wel waarvan de aanvrager anderszins gebruik kan maken; Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de aanvrager zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft of zal hebben en op welk adres de aanvrager in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan, dan wel het feitelijk woonadres indien de aanvrager met een briefadres in de gemeentelijke basisadministratie ingeschreven staat of zal staan. Huisgenoot: iedere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont; Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt of niet aanwezig is; Inkomen: het netto inkomen van de aanvrager indien de aanvrager geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, tweede tot en met zevende lid van de wet, het gezamenlijk netto inkomen van de ouders of pleegouders van de aanvrager indien de aanvrager jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, tweede tot en met zevende lid van de wet, het gezamenlijk netto-inkomen van de aanvrager en zijn echtgenoot indien de belanghebbende een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, tweede tot en met zevende lid van de wet; Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven; Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b van de wet; Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; Netto inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32, eerste lid, juncto artikel 31, tweede lid van de Wet werk en bijstand; Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek, inclusief chronische psychische en psychosociale problemen, aantoonbare beperkingen ondervindt bij de maatschappelijke participatie; Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het besluit maatschappelijke ondersteuning te stellen regels van toepassing zijn; Sociaal minimum: de van toepassing zijnde normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar, waarbij deze normen voor een aanvrager 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is, en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de toeslag, genoemd in artikel 25, tweede lid van de Wet werk en bijstand, en de normen van een alleenstaande of gehuwde, die in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de bedragen, genoemd in artikel 23, tweede lid van de Wet werk en bijstand; Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk of geestelijk vermogen van personen om zelf voorzieningen te treffen die maatschappelijke participatie mogelijk maken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel