Het passagegeld wordt niet geheven ter zake van:
a. volg- en bijboten behorende tot vaartuigen, waarvoor passagegeld verschuldigd is, mits zij daaraan zijn bevestigd;
b. vaartuigen die uitsluitend ten behoeve van rijk, provincie, gemeente of waterschap worden gebruikt;
c. politievaartuigen;
d. een vaartuig dat uitsluitend in gebruik is voor charitatieve doeleinden;
e. vaartuigen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd.