Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11

Artikel 11.4

Inwerkingtreding

Onderdeel van Subsidieverordening cultuurhistorie 2008

18.. Voor zover deze verordening betrekking heeft op rijksmonumenten en de monumentencommissie treedt zij in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet 1988. 19.. Voor het overige treedt de verordening in werking 8 dagen nadat zij bekend is gemaakt. 20.. De “Verordening voor Monumenten en Cultuurhistorie 2001”, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 10 mei 2001, voor zover het betreft bepalingen over rijksmonumenten en de monumentencommissie, vervalt op de datum waarop lid 1 toepassing vindt. 21.. Voor het overige vervalt de “Verordening voor Monumenten en Cultuurhistorie 2001”, vastgesteld bij besluit van de gemeenteraad van 10 mei 2001, op de datum waarop lid 2 toepassing vindt. 22.. De beschermde gemeentelijke monumenten, die zijn geregistreerd op grond van de in lid 4 vervallen verordening, worden geacht te zijn aangewezen overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. 23.. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld overeenkomstig de bepalingen van de in het vierde lid genoemde vervallen verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel