Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

De aanvraag voor het wijzigen van een rijksmonument

Onderdeel van Subsidieverordening cultuurhistorie 2008

1.. De aanvraag om de vergunning als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. 2.. Voor zover de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 11, tweede lid van de Monumentenwet 1988 betrekking heeft op bouwactiviteiten moet de aanvraag vergezeld gaan van de onderstaande bescheiden: het ingevulde aanvraagformulier; situatietekening van het bouwwerk, schaal 1:1000; een fotoreportage van: het monument in samenhang met de belendingen en omgeving; het monument op zichzelf; de te wijzigen onderdelen van het monument; de bestaande toestand tekening van plattegronden, gevels en doorsneden, schaal 1:100. (De bouwkundige hoofdstructuur en eventuele bouwsporen dienen in de tekening te worden aangegeven); eventueel een straataanzicht van het monument en de belendingen, schaal 1:100/200; een tekening van de gewenste toestand met hierop een situatie, schaal 1:1000, en de plattegronden, gevels en doorsneden, schaal 1:100; principedetails van de te wijzigen onderdelen, schaal 1:5; een motivatie van de noodzaak van de wijzigingen en de gekozen oplossing. 3.. Indien de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 11 lid 2 van de Monumentenwet 1988 betrekking heeft op andere wijzigingen dan de wijzigingen bedoeld in het vorige lid, moet het ingevulde aanvraagformulier en de aanvraag vergezeld gaan van bescheiden waaruit zowel de bestaande toestand als de toestand na wijziging voldoende duidelijk blijkt, alsmede een motivatie van de gekozen oplossing. 4.. Het college van burgemeester en wethouders kan ter beoordeling van de aanvraag een onderzoek van de aanvrager verlangen. 5.. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, zal het college van burgemeester en wethouders de aanvrager hiervan binnen een termijn van 4 weken na ontvangst van de aanvraag in kennis stellen en de aanvrager in de gelegenheid stellen om de aanvraag aan te vullen. 6.. De termijn voor het aanvullen van de aanvraag als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt 4 weken. 7.. Indien de gevraagde aanvullende gegevens als bedoeld in lid 4, niet tijdig of niet volledig worden ingediend, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel