Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Voorbereiding en de beslissing op de aanvraag voor het geheel of gedeeltelijk afbreken van bouwwerken binnen een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht

Onderdeel van Subsidieverordening cultuurhistorie 2008

1. Het college van burgemeester en wethouders zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning aan de monumentencommissie. 2. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen 6 weken na verzending van het afschrift. 3. Het bepaalde in de leden 1 en 2 is niet van toepassing indien de monumentencommissie reeds eerder positief heeft geadviseerd inzake het geheel of gedeeltelijk afbreken van het object en de ingediende aanvraag in overeenstemming is met het eerdere advies. 4. Bij overschrijding van de in het 2e lid genoemde termijn wordt de monumentencommissie geacht geen overwegende bezwaren tegen de wijziging te hebben en positief te hebben geadviseerd. 5. Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen 6 weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag. 6. Indien het college van burgemeester en wethouders niet beslissen binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag, is de vergunning van rechtswege verleend. 7. In afwijking van lid 5 houden burgemeester en wethouders de beslissing op de aanvraag aan, indien voor een in plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk bouwvergunning is aangevraagd, doch op de aanvraag niet is beslist. 8. Het besluit tot aanhouding van de aanvraag dient binnen binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager bekend te worden gemaakt. 9. De aanhouding duurt totdat onherroepelijk op de aanvraag om bouwvergunning, bedoeld in lid 7, is beslist. 10. Burgemeester en wethouders kunnen aan de vergunning voorwaarden verbinden die voorkomen dat het beschermde gezicht over een langere periode wordt verstoord door sloopwerkzaamheden in relatie tot stagnatie van de bouwwerkzaamheden voor vervangende bouwwerk. 11. De aanvraag kan worden geweigerd indien: blijkt dat geen bouwvergunning kan worden verleend voor het in de plaats van het te slopen bouwwerk op te richten bouwwerk. niet in voldoende mate is zekerheid bestaat dat het bouwwerk waarvoor in de plaats van het te slopen bouwwerk bouwvergunning is verleend binnen afzienbare tijd, ook daadwerk zal worden gerealiseerd.

Rechtspraak bij dit artikel