Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 2

Artikel 7.5

De aanvraag om vergunning voor het wijzigen van een archeologisch monument

Onderdeel van Subsidieverordening cultuurhistorie 2008

1. De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 7.4, tweede lid, wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouders. 2. De aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 7.4, tweede lid dient vergezeld te gaan van: het ingevulde aanvraagformulier; Een nauwkeurige omschrijving van de werkzaamheden; een situatietekening schaal 1:1000 van het terrein c.q. de plaats waar de werkzaamheden zullen plaatsvinden; een onderzoek waarin de bestaande archeologische informatie is onderzocht; een plattegrond, langs- en dwarsdoorsnede (schaal 1:100) met maataanduidingen, waaruit de omvang, diepte en de exacte plaats van de werkzaamheden blijkt en waarin tevens de bestaande archeologische informatie is verwerkt; een risico-analyse van de effecten die de gewenste ingreep heeft op het archeologische monument alsmede een motivatie van de noodzaak van de ingreep. 3. Het college van burgemeester en wethouders kan ter beoordeling van de aanvraag nog een nader onderzoek, als bedoeld in artikel 1.1 van de aanvrager verlangen. 4. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, zal het college van burgemeester en wethouders de aanvrager hiervan binnen een termijn van 4 weken na ontvangst van de aanvraag in kennis stellen en de aanvrager in de gelegenheid stellen om de aanvraag aan te vullen. 5. De termijn voor het aanvullen van de aanvraag als bedoeld in artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt 4 weken. 6. Indien de gevraagde aanvullende gegevens als bedoeld in lid 4, niet tijdig of niet volledig worden ingediend, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel