Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Artikel 2

Onderdeel van Aansluitverordening riolering 2011

Vergunningplicht In artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool of wijziging van een dergelijke aansluiting, verboden is zonder vergunning. Deze vergunningsplicht voor het verkrijgen van een aansluiting op de riolering is een belangrijk uitgangspunt van de aansluitverordening. In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen omtrent het particulier riool zoals dat aanwezig moet zijn op het moment dat de aansluiting tot stand gebracht wordt. Daarnaast zijn de voor de rechthebbende geldende regels uit de verordening en uitvoeringsregels met betrekking tot het onderhoud, de renovatie, vervanging en sloop, expliciet in de vergunning vermeld. Zolang de betreffende aansluiting bestaat, blijven deze voorschriften gelden. Bij wijziging van de aansluiting moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd. Lid 2 is vooral bedoeld om een stok achter de deur te hebben als de gemeente een gescheiden rioolstelsel (scheiding van schoon water en afvalwater) aanlegt, door dit lid kunnen vergunninghouders gedwongen worden om hun aansluitpunt conform de nieuwe (ambtshalve) vergunning aan het gescheiden stelsel aan te passen. In lid 3 wordt aangegeven dat het college alleen aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen van afvalwater en een overloop van een hemelwatervoorziening. Dit betekent dat bij aanvraag tot aansluiting of wijziging van een aansluiting op particulier terrein een hemelwatervoorziening ten behoeve van opvang en infiltratie van hemelwater dient te worden gerealiseerd. Verder worden alleen aansluitvergunningen verleend voor aansluitingen die overeenstemmen met het openbaar riool ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen vergunning kan worden verkregen voor de gemengde afvoer van hemelwater en het overige afvalwater als ter plaatse een (verbeterd) gescheiden stelsel ligt. Met deze bepaling in lid 3 is een duidelijke basis gelegd voor handhavend optreden. Immers, iemand die bijvoorbeeld een aansluiting heeft op de drukriolering en daar later een leiding voor de afvoer van hemelwater op aansluit, handelt in strijd met zijn vergunning. Overigens biedt de verordening geen basis voor handhavend optreden voor situaties die al bestaan op het moment dat de verordening in werking treedt. Als de vergunning is verleend kan de rechthebbende een verzoek doen aan het college om de aansluiting tot stand te brengen. Om te voorkomen dat de gemeente aansluitvergunningen verleend voor percelen waar uiteindelijk geen aansluiting tot stand wordt gebracht, komt de vergunning waarvan de vergunningverlening na een jaar nog geen verzoek heeft gedaan tot aansluiting te vervallen.

Rechtspraak bij dit artikel