Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 24

– Vaststelling stimuleringslening

Onderdeel van Verordening funderingsherstel

1.. De eigenaar doet een verzoek tot vaststelling van de stimuleringslening met gebruikmaking van een door het college beschikbaar te stellen formulier binnen vier weken na de dag waarop het totale werk voor het herstel is opgeleverd. 2.. Het college bevestigt aan de eigenaar binnen vier weken de ontvangst van het verzoek tot vaststelling van de stimuleringslening. 3.. Naast het in lid 1 bedoelde formulier bevat het verzoek tot vaststelling: een overzicht van de werkzaamheden voor het herstel; een kostenoverzicht; alle rekeningen per kostencomponent, als in het kostenoverzicht aangegeven, gerangschikt met het totaal van deze kostencomponent afzonderlijk aangegeven; alle betalingsbewijzen op datum van betaling gerangschikt; 4.. Vaststelling van de stimuleringslening vindt plaats na: de gereedmelding van het herstel; de controle en akkordering van de werkzaamheden als bedoeld in lid 3 sub a; de controle en goedkeuring van de originele rekeningen en betalingsbewijzen; er is voldaan aan de bepalingen in deze verordening. 5.. Het college kan er mee instemmen dat de aanvrager in plaats van rekeningen en betalingsbewijzen een verklaring van een accountant overlegt waaruit blijkt dat het overgelegde kostenoverzicht, zoals bedoeld in lid 3 sub b juist en volledig is. 6.. Na vaststelling van de stimuleringslening meldt het college aan de SVn dat het bouwkrediet kan worden gesloten. 7.. Binnen 12 weken na de dag waarop de gereedmelding is ingediend, beslist het college tot vaststelling van de stimuleringslening. Het college kan deze termijn eenmaal met ten hoogste acht weken verdagen. 8.. De hoogte van de vast te stellen stimuleringslening wordt berekend op basis van de bij de voorlopige toekenning goedgekeurde kosten van het herstel of op basis van de werkelijke kosten van het herstel als deze lager zijn dan begroot. 9.. De vastgestelde stimuleringslening bedraagt niet meer dan het voorlopig toegekende leningbedrag. 10.. In het bouwkrediet overblijvende middelen worden afgeboekt op de stimuleringslening. De overeengekomen maandlasten blijven hierbij gehandhaafd. De looptijd van de stimuleringslening wordt hierdoor korter. 11.. Het college stelt ambtshalve de stimuleringslening vast indien 12 maanden na het openen van het bouwkrediet nog geen vaststellingsverzoek is gedaan.

Rechtspraak bij dit artikel