** 1. .** Het college kan een bewoner maximaal één GA-parkeervergunning voor bebewoners voor één motorvoertuig verlenen indien:
aan de bewoner een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Bestuurder (B), Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B) is afgegeven, en
de bewoner of een andere bewoner van hetzelfde adres, houder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt verleend.
** 2. .** Het college kan aan een bewoner maximaal één GA-parkeervergunning voor bewoners met wisselend kenteken verlenen voor maximaal drie motorvoertuigen, indien:
aan de bewoner een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B) is afgegeven, en
de houders van motorvoertuigen waarvoor de vergunning wordt verleend niet zijn ingeschreven op het adres van de bewoner aan wie de vergunning wordt verleend.
** 3. .** Het college kan maximaal één GA-parkeervergunning voor bewoners verlenen aan een wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige of handelingsonbekwame bewoner, indien:
aan de minderjarige of de handelingsonbekwame bewoner een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B) is afgegeven, en
de wettelijk vertegenwoordiger en de minderjarige of de handelingsonbekwame bewoner op hetzelfde adres zijn ingeschreven.
** 4. .** Het college verleent maximaal één GA-parkeervergunning voor bewoners verlenen per persoon aan wie een Europese gehandicaptenparkeerkaart is afgegeven.
** 5. .** Een GA-parkeervergunning mag uitsluitend worden gebruikt voor het parkeren bij het vervoer van de gehandicapte en voor het parkeren bij de woning van de gehandicapte.
** 6. .** De vergunning genoemd in het tweede lid kan slechts voor één kenteken tegelijkertijd worden gebruikt.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.
Artikel 22
De GA-parkeervergunning voor bewoners
Onderdeel van Parkeerverordening 2013