Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.

Artikel 22

De GA-parkeervergunning voor bewoners

Onderdeel van Parkeerverordening 2013

1. . Het college kan een bewoner maximaal één GA-parkeervergunning voor bebewoners voor één motorvoertuig verlenen indien: aan de bewoner een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Bestuurder (B), Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B) is afgegeven, en de bewoner of een andere bewoner van hetzelfde adres, houder is van het motorvoertuig waarvoor de vergunning wordt verleend. 2. . Het college kan aan een bewoner maximaal één GA-parkeervergunning voor bewoners met wisselend kenteken verlenen voor maximaal drie motorvoertuigen, indien: aan de bewoner een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B) is afgegeven, en de houders van motorvoertuigen waarvoor de vergunning wordt verleend niet zijn ingeschreven op het adres van de bewoner aan wie de vergunning wordt verleend. 3. . Het college kan maximaal één GA-parkeervergunning voor bewoners verlenen aan een wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige of handelingsonbekwame bewoner, indien: aan de minderjarige of de handelingsonbekwame bewoner een Europese gehandicaptenparkeerkaart met kaarttype Passagier (P) of Passagier/Bestuurder (P/B) is afgegeven, en de wettelijk vertegenwoordiger en de minderjarige of de handelingsonbekwame bewoner op hetzelfde adres zijn ingeschreven. 4. . Het college verleent maximaal één GA-parkeervergunning voor bewoners verlenen per persoon aan wie een Europese gehandicaptenparkeerkaart is afgegeven. 5. . Een GA-parkeervergunning mag uitsluitend worden gebruikt voor het parkeren bij het vervoer van de gehandicapte en voor het parkeren bij de woning van de gehandicapte. 6. . De vergunning genoemd in het tweede lid kan slechts voor één kenteken tegelijkertijd worden gebruikt.

Rechtspraak bij dit artikel